In Vlaanderen kunnen de leerlingen vanaf de tweede graad secundair onderwijs kiezen uit:
Elke vorm is even veel waard. De ene is niet beter dan de ander. Kies dus wat je kind best past: wat die wil, en boeiend vindt.
NIET WAAR: ‘Je kan beter beginnen in het ASO om meer kansen te hebben.’
Ook als je kind ASO perfect aan kunt, is ASO nog niet de beste keuze voor je kind. Als je niet van studeren houdt, begin hier dan niet aan. Je hebt vooral theorie, en moet na afloop nog minstens 3 jaar moet verder studeren.
Overstappen van ASO naar TSO of BSO is niet gemakkelijk, want je mist praktijkoefening.
NIET WAAR: ‘Na het ASO maak je vlug carrière en verdien je meer geld.’
Vakmannen verdienen best veel en komen meestal uit het TSO of BSO.
Je hebt ook meer kans op werk als je uit TSO of BSO komt, want er zijn te weinig vakmannen, zoals schrijnwerkers, loodgieters of slagers.
Misschien word je na een tijdje zelfs ploegbaas of start je je eigen bedrijf.
NIET WAAR: ‘Als je ASO aankunt, dan moet je altijd kiezen voor ASO.’
Nee, als je liever met je handen bezig bent dan met boeken, kan het ASO snel vervelen. Dan wordt je kind schoolmoe.
Laat je kind een richting volgen waar het zich gelukkig voelt. Dan komen de mooie resultaten vanzelf.
NIET WAAR: ‘Wie geen ASO volgt, zal niet ver geraken.’
Topkok Jeroen Meus heeft zijn eigen restaurant, komt op televisie en schreef een boek. Maar volgde hij ASO? Helemaal niet! En zo zijn er nog honderden voorbeelden. Niet de onderwijsvorm maakt je succes, maar de wil, en de mogelijkhvan je kind.
NIET WAAR: ‘Zonder ASO kan je nooit echt gelukkig zijn in de samenleving.’
Geluk heeft niets te maken met je studierichting. Maar wel met je goed voelen.
Laat je kind die richting volgen waar zijn hart naar uitgaat.